Ben je nou helemaal digitaal geletterd?!

09-10-2017

Kinderen weten niet beter dan dat zij opgroeien met technologie: thuis, met vrienden op straat en ook op school zijn digitale media niet meer weg te denken. Digitale geletterdheid is echter voor pabo-studenten en leerkrachten uit het basisonderwijs nog niet een vanzelfsprekend onderdeel van hun onderwijs.

Dit komt grotendeels uit 'handelingsverlegenheid'. De bereidwilligheid om 'iets' met media te doen is er zeker; voldoende kennis en vaardigheid ontbreken vaak.

In april 2017 is door de Tweede Kamer besloten dat digitale geletterdheid een vaste plaats moet krijgen in het primair onderwijs. Dat betekent voor het basisonderwijs en de pabo’s een nieuwe opdracht: leerlingen én studenten digitaal geletterd maken. Daartoe heeft het onderwijs leraren nodig die zélf digitaal geletterd zijn. De werkelijkheid is dat veel leraren basisonderwijs én veel lerarenopleiders zelf vaak nog onvoldoende digitaal geletterd zijn om deze opdracht te kunnen realiseren.

De Fontys pabo-studenten maken volop gebruik van digitale media. Ze bezitten een laptop en/of tablet en een smartphone behoort tot de standaarduitrusting die de hele dag door wordt gebruikt. Hogeschool Fontys voorziet studenten van een complete digitale leer- en werkomgeving met onder meer web- en teamsites, een Office 365 pakket, inclusief 1 TB-opslag via ‘One Drive’. De Tilburgse propedeuse studenten werken vanaf dit studiejaar vanaf het begin aan hun ontwikkelingsportfolio in ‘One Drive’ en bouwen ieder kwartaal met Microsoft Sway een presentatieportfolio. Gedurende hun opleiding hebben studenten een ‘Prowise Pro’ en ‘Gynzy’ account om op het digibord te werken. Iedere startende student leert in de eerste weken op de pabo en op de stageschool deze digibord software (inter)actief te gebruiken, waarbij het bord niet enkel en alleen wordt gebruikt als beamer.

De mate waarin en de wijze waarop studenten media gebruiken is sterk afhankelijk van hoe de opleiding dit laat zien en stimuleert. De ervaringen beperken zich in de stagepraktijk vooral tot het inzetten van de meer traditionelere toepassingen als instructie door middel van methodegebonden software, PowerPoint en ‘Prezi’, het gebruik van video’s op het digibord en het online zoeken van informatie. Doordacht mediagebruik wordt nog nauwelijks in de stagepraktijk geleerd, tenzij je het geluk hebt dat je bij één van die leraren in de groep komt die het vanuit eigen interesse en visie toepast. Een goed voorbeeld hiervan is het leren gebruiken en programmeren van een Active Floor (bewegend en spelend leren) op een school.

Studenten ervaren hoe je media inzet om het onderwijs te versterken, maar ook dat je kritisch moet zijn op alles wat er op de markt is en soms ook geen media moet gebruiken. Een mooi voorbeeld is het storytelling en lifewriting project rondom de Erasmusprijs. Studenten zijn vorig jaar persoonlijke verhalen gaan verzamelen op erfgoedlocaties in Brabant en hebben deze verhalen geüpload op een speciale projectsite. De digitale vaardigheden van studenten om dit verhaal correct online via een ‘‘Wordpress’ site te publiceren bleken echter te hoog ingeschat. Het verhaal digitaliseren werd te veel een doel op zich en dat ging ten koste van het verhaal.


Eind oktober start dit Erasmusproject opnieuw, nu over het thema ‘kennis, macht en diversiteit’. De ‘WordPress’ site als doel op zich is verdwenen, ditmaal ontwikkelen studenten vooral hun (digitale) informatievaardigheden door een gebeurtenis uit één van de tijdvakken van geschiedenis vanuit verschillende posities/standpunten te gaan bekijken en te verwerken in een les. Hierbij leren studenten zelf wat informatievaardig zijn inhoudt, maar ook hoe ze dit actuele onderwerp kunnen toepassen.

Niet iedereen hoeft een expert te worden, maar elke leraar moet wel voldoende basiskennis en de juiste attitude hebben. Datzelfde geldt overigens voor de lerarenopleider. Het zou goed zijn als alle studenten tijdens hun opleiding een ‘expert’ hebben. Dat stimuleert de mediawijze ontwikkeling van de student enorm (Tondeur, 2012). Onze docenten aardrijkskunde gebruiken bijvoorbeeld in hun lessen apps als Google maps, ‘GeoSettr.ml’, ‘Topotijdreis.nl’ en ‘Aurasma’, waarbij onder meer gewerkt wordt aan geografisch besef, kaart- en atlasgebruik en de geografische zienswijze.

De afgelopen jaren heeft Fontys Hogeschool zich hard gemaakt om digitale geletterdheid een doordachte plaats te geven in het curriculum. Hiervoor zijn keuzes gemaakt ten aanzien van vereiste kennis en vaardigheden in de propedeuse, hoofdfase en bij het afstuderen. Het gaat om thema’s als beïnvloeding door media, waarbij onder meer ‘nepnieuws’ een rol speelt. Studenten maken zelf media en zien hoe media de werkelijkheid kan kleuren. Studenten doen onderzoek naar de digitale (leef)wereld van kinderen en bekijken hoe ze om moeten gaan met zaken als digitaal pesten en sexting. Eén van de werkvormen is dat studenten in een les worden geconfronteerd met wat er allemaal online over hen te vinden is. Deze bewustwording zorgt ervoor dat veel studenten deze activiteit vervolgens herhalen met bovenbouwleerlingen, omdat ze zien dat ze hierbij een opvoedende taak hebben.

Het is van belang dat een (aankomende) leraar op basis van een visie op leren zijn onderwijs met ICT inricht. Om dit te bereiken komt digitale geletterdheid binnen alle domeinen (taal, rekenen/wiskunde, oriëntatie op jezelf en de wereld, kunstzinnige oriëntatie en generiek) aan de orde en niet als losstaand vakgebied. Tevens is digitale geletterdheid opgenomen in de kritische beroepssituaties en -handelingen die elke (aankomende) leraar moet weten en waarin hij zijn competenties toont. Het gaat dan bijvoorbeeld over omgaan met de groep, het ontwerpen en begeleiden van leeractiviteiten, omgaan met verschillen en contacten met ouders, experts en instanties.

Studenten hebben ook de keuze om zich tien lesweken te verdiepen in de minor ‘Kind, Leren en Media’. In deze minor wordt ingegaan op innovatie en de vraag: ‘Hoe krijg je de school in beweging?’. Het doel hierbij is om studenten af te leveren die een rol als onderwijskundig ICT-coördinator kunnen vervullen als ontwerper van innovatief ICT-rijk onderwijs. De student heeft hiervoor een breed scala aan ICT-mogelijkheden verkend samen met experts uit het werkveld, de pabo en vanuit onderwijsgerelateerde bedrijven. Dit leidt tot een gedegen, onderbouwd innovatief onderwijsontwerp dat in de praktijk is uitgevoerd.

Kortom, een digitaal geletterde leraar worden vraagt in de eerste plaats om rolmodellen op de pabo én de basisschool. Maar ook om creativiteit in het omgaan met media en inrichten van het onderwijs. Daarnaast is structurele aandacht binnen het opleidingsaanbod nodig en de ruimte om te experimenteren op de stageschool. Op deze wijze worden studenten en leerlingen voorbereid op een doordachte digitale toekomst.

Door: Bernolf Kramer, docent Kind, Leren en Media bij Fontys Hogeschool Kind en Educatie, pabo Tilburg