Column Aleid Truijens: Leer kinderen zelf nadenken

16-05-2019

Is onderwijs niet altíjd burgerschapsvorming? Als het goed is wel, denk ik. Kinderen helpen om kritische en betrokken burgers te zijn, zelf te leren nadenken over de wereld en hun bijdrage daaraan - dat is toch de bedoeling van alle onderwijs? Dat is toch niets nieuws?

En ja, dat daarbij, in Nederland ‘democratie en diversiteit’ de kernwaarden zijn, spreekt ook vanzelf. Al zou ik liever, verwijzend naar de grondwet, spreken van ‘gelijkheid’ van alle mensen, ongeacht ras, herkomst, religie, geaardheid of sekse. Diversiteit is op zichzelf geen verdienste, lijkt mij, maar een feit. Ik vind het altijd raar dat in die ‘diversiteit’ ook vrouwen als groep worden beschouwd. Alsof wij niet gewoon de helft van de wereldbevolking vormen, en van allerlei, ras, herkomst, religie en voorkeur zijn.

Maar goed, tot zover prima, de ideeën van de enthousiastelingen van curriculum.nu over het nieuwe ‘kerndoel’ burgerschap. Toch hebben ook deze onderwijsarchitecten, zoals altijd wanneer er iets– nieuw! nieuw! heel anders! – ontworpen mag worden, in mijn ogen de neiging door te draven en te veel in te vullen.

Het probleem met dit vak is dat het los moet staan van iedere vorm van levensbeschouwing of politieke overtuiging. Niet om het gehoon van Thierry Baudet over ‘links’ en ondermijnend’ onderwijs vóór te zijn, maar omdat het uiteindelijk de bedoeling is dat kinderen zélf hun keuzes maken en hun morele kompas richten.

Vastleggen dat het bij burgerschap over de thema’s ‘duurzaamheid, techniek en globalisering’ zou moeten gaan, zoals ik las, lijkt mij daarom niet wenselijk. Natuurlijk zijn dat thema’s die op school behandeld moeten worden. Maar laat leerlingen later zélf bedenken of ze daarmee bezig willen zijn. Ook de genoemde thema’s ‘vrijheid’ en ‘solidariteit’ lijken mij nogal dwingend. Je kunt je voorstellen dat je een onberispelijke burger bent zonder dat persoonlijke vrijheid of verplichte solidariteit bij jou voorop staan. Wel moet je het op school hebben over rechten en plichten van burgers, en uitleggen hoe de wet werkt.

Gedachten zijn vrij. Misschien ben ik te zeer een kind van de jaren zestig en zeventig, maar bij mij dreigt altijd dit schrikbeeld: een overheid die kinderen, via het vak burgerschap, in het gewenste model wil kneden; oppassende, sociale, gedweeë burgers die geen last bezorgen en braaf ‘verbinding’ zoeken. Ik hoop dat het onderwijs ook eigenwijze, afwijkende, stijfkoppige, eenzelvige, dwarse en creatieve eenlingen aflevert. Niet per se modelburgers. De wereld heeft alle soorten mensen nodig.

Ik mis nog iets, bij die ideeën over burgerschap tot nu toe. Ik mis culturele vorming. Ik ben ervan overtuigd dat onderwijs in cultuur, filosofie en geschiedenis op zichzelf al een beschavende werking heeft, zonder dat je kinderen al te zeer stuurt in hun ideeën. Kijken naar kunst, films, luisteren naar muziek en verhalen, poëzie en romans lezen, dat alles scherpt je zintuigen, je verstand en je inlevingsvermogen. Het helpt je na te denken over goed en kwaad, schoonheid en lelijkheid. Het helpt te begrijpen hoe de wereld is geworden zoals ze is, wat de mensen drijft, wat onze steeds terugkerende angsten, obsessies en verlangen zijn.

Een paar jaar geleden vond de commissie die het onderwijs van #2032 ontwierp dat het vak geschiedenis wel weg kon. De historische dimensie zou vanzelf her en der wel aan de orde komen. Ik verloor meteen alle vertrouwen in die onderwijsarchitecten. Als je iets aan burgerschap wilt doen, kan het niet anders dan dat historisch besef, kennis van wie wij zijn en waarom, de basis vormt. Dat besef komt niet vanzelf. Geschiedenis zou, samen met filosofie, vanaf de basisschool een belangrijk vak moeten zijn.

Misschien gaat het deze keer beter. Ik ben benieuwd. Kom maar op met dat kerndoel Burgerschap.