Column Aleid Truijens – Maak taal écht hun ding…

19-02-2018

U wist het natuurlijk allang, maar tot mij was het nog niet doorgedrongen: de verplichte taaltoets op de pabo, ook wel Nedcat genoemd, is sinds vorig jaar afgeschaft. Kennelijk gaat het uitstekend met de taalbeheersing van de studenten.

Ze kunnen massaal foutloos spellen en interpunctie gebruiken, scherp formuleren en grammaticaal juiste zinnen maken. Geweldig. Dat is nog eens inspelen op de maatschappelijke kritiek: dat 'ze' op de basisschool geen foutloze zin kunnen schrijven, laat staan dat ze dat 'onze kinderen' kunnen leren. In een paar jaar tijd is het probleem opgelost!

Ehm, ik geloof het alleen niet helemaal. Eerlijk gezegd denk ik dat het een grimmig, dreigend lerarentekort is dat de minister in de nek hijgde. Zonder een grote instroom vanuit het mbo – de groep gemiddeld iets zwakkere taalgebruikers – gaat het niet lukken om dat op te lossen.

Ik denk dat er dankzij Nedcat grote stappen gemaakt zijn; zo’n toets dwingt daartoe. Maar ik zie, net als in het hele hoger onderwijs, nog altijd weinig jonge leerkrachten die feilloos hun taal gebruiken. En daar worden ze door ouders, eerlijk of niet, wreed op afgerekend. Taal- en grammaticafouten, hoe onbenullig ook, ondermijnen het gezag en de status van de leraar. Dat zouden we moeten voorkomen.

Gelukkig komt er iets voor Nedcat in de plaats. Ik lees daar een interessant verhaal over, van Suzanne Nuyens-Huisman. Studenten krijgen na twee jaar een landelijke toets, de Kennisbasis Nederlands, die de vakdidactische kennis voor Nederlands toetst. Dus niet of ze het zélf kunnen, maar of ze het anderen kunnen leren. Zo was het ook al toen ik Nederlands studeerde: spelling en grammatica moet je beheersen, leer dat zelf maar in je eigen tijd. Didactici houden zich met écht taalonderwijs bezig, met de échte, levende taal, in de praktijk. ‘Betekenisvolle taaltaken’ heet dat tegenwoordig. Maar wij hadden in onze vrije tijd wel wat beters te doen en beheersten de taal verre van feilloos. Dat was pijnlijk en beschamend. We spijkerden onszelf in het geniep bij. Pas daarna konden we lesgeven.

Nuyens’ verhaal staat vol opgetogen aannames: “Geef kinderen een prikkelend probleem en ze zoeken een oplossing, sterker nog ze gaan onderzoek doen, lezen boeken en schrijven een brief aan de Koning als dat nodig is. En hier raken we de kern, want dit geldt ook voor de pabostudent.”

Hier klinkt nog altijd een ferm geloof in door in het ‘zelfsturende leren’, in de van nature onderzoekende geest van het kind en de jongere. Ik zou daar zelf ook dolgraag in geloven, niets mooier dan een nieuwsgierig kind. Maar onderwijskundig onderzoek wijst uit het dat het helaas zelden zo werkt, en dat het zelfsturende leren grote hiaten in kennis en vaardigheden oplevert. Daarom is men er in het mbo en hbo grotendeels van teruggekomen.

Onderwijs is meer dan steeds simpelweg een probleem opwerpen ‘dat om een oplossing vraagt’. Er is basiskennis nodig, en vaardigheden die door herhaling inslijpen. Kinderen en jongeren gaan niet uit zichzelf zomaar boeken lezen, laten we niet in dat sprookje geloven. Een beetje dwang blijft nodig, want appen, instagrammen en gamen blijft altijd verleidelijker. Vaak vinden studenten een beetje dwang best prettig.

Als pabostudenten binnen niet al te lange tijd spelling, grammatica en interpunctie onder de knie hebben – dat moet toch kunnen lukken in één jaar – moet er toch een zee aan tijd vrijkomen voor echt belangrijke zaken. Zoals kinderboeken en poëzie lezen met kinderen, toneelspelen en liedjes zingen, kinderen zelf gedichten, liedjes en verhalen laten schrijven. Die onderdompeling in taal, heel échte taal, is ontzettend belangrijk voor kinderen, vooral als ze daar thuis weinig van meekrijgen. Hé, daarover lees ik nu weer niks in het artikel over de Kennisbasis Nederlands. Of heb ik iets gemist?

Lees ook: Hoe brengen we de kennisbasis Nederlands op de pabo tot leven door Drs. Suzanne Nuyens-Huisman