Een wreed systeem
Kansen voor kinderen gaan vóór het gelijk van de leraar

06-12-2018

Nederlandse kinderen zijn de gelukkigste ter wereld. Dat lees ik altijd, en dat is vast waar. Onze kinderen zijn gezond, ouders liefdevol, leerkrachten vriendelijk. Toch zijn kinderen hier niet in alle opzichten het beste af.

Als het gaat om kansen om je talent te ontwikkelen, is Nederland minder vriendelijk. Wij hebben een systeem van vroege selectie, waarbij we vroeg kansen afsnijden. Een wreed systeem in een kindvriendelijk land.

In de praktijk is in het egalitaire Nederland de ene groep een beetje gelijker dan de andere. Dat zeg ik niet, dat zeggen onderzoekers van de OESO, de internationale waakhond van het onderwijs. Bij ons is de kloof tussen de kinderen van hoogopgeleide ouders en die van laagopgeleide ouders – die vaak niet uit Nederland komen – groot. De eerste groep komt doorgaans op het havo-vwo terecht, de tweede op het vmbo. Een rigide tweedeling.

De twee groepen, de mensen die met het ‘hoofd’ leren en degenen die hun ‘handen’ laten wapperen, gaan gescheiden wegen en ontmoeten elkaar later zelden. Het is moeilijk om van de ene groep in de andere te belanden. In theorie is het mogelijk om diploma’s te ‘stapelen’, maar dat lukt zelden.

Wordt op de pabo het vak ‘onderwijsgeschiedenis’ onderwezen? Dat zou zinvol zijn. In 1968 hadden we een grote onderwijsvernieuwing, de Mammoetwet. Dat systeem zorgde ervoor dat steeds meer intelligente kinderen uit wat toen nog het ‘arbeidersmilieu’ heette naar het hbo en de universiteit konden. Dat emancipatieproces is gestokt. Nu ‘klonen’ de ouders zichzelf weer in hun kinderen en houden we sociale ongelijkheid keurig in stand. Dat was nou precies níet de bedoeling van onderwijs.

Je ziet het ook gewoon, in de steden. Zelden zitten een vmbo en een havo in hetzelfde gebouw, of zelfs maar in dezelfde wijk. Op havo-vwo-scholen zitten vooral kinderen van hoogopgeleide, witte ouders, op vmbo's voornamelijk kinderen van lager opgeleiden, van allerlei herkomst.

Een belangrijke oorzaak van deze kloof is de selectie op elf-, twaalfjarige leeftijd, de valbijl in groep 8. In landen met een latere selectie, zoals Frankrijk, Finland en Canada – bepaald niet de slechtst presterende onderwijslanden en ook niet de beroerdste economieën – is de kloof kleiner.

Tot voor kort bepaalde de citotoets naar welk vervolgonderwijs een kind ging. Maar sinds drie jaar is het oordeel van de basisschool, en met de name de leerkracht in groep 8, doorslaggevend. Helaas heeft dat geleid tot nog grotere ongelijkheid tussen kinderen.

Het advies in groep 8 is vaak levensbepalend. Het is goed om op de pabo al stil te staan bij de beslissende invloed van de leerkracht. De groeiende kloof is niet de ‘schuld’ van individuele leerkrachten, maar van collectief, onbewust gedrag.

Leraren zijn mensen, en mensen zijn geneigd mensen die op hen lijken hoger in te schatten. Dus krijgen bij twijfel kinderen van hoogopgeleide ouders stelselmatig een hoger advies dan kinderen van laagopgeleide ouders. Bovendien geven ze hoogopgeleide, ‘drammende’ ouders eerder hun zin.

De Inspectie van het Onderwijs sloeg vorig jaar alarm over die ongelijkheid

Ook de OESO deelde een berisping uit: waarom bestaan er in Nederland geen objectieve toetsen waaraan je als kind rechten kunt ontlenen? We zouden de citotoets weer doorslaggevend kunnen maken, maar dat is niet gebeurd. Jammer, want hoeveel nadelen die toets ook heeft, zij is wél objectief. Toetsen hebben, anders dan mensen, geen vooroordelen.

Het onderschatten gebeurt met de beste bedoelingen. Een kind van lager opgeleide ouders dat misschien havo kan doen wordt toch naar het vmbo verwezen, omdat het anders ‘op zijn teentjes moet lopen’. Moet het even slimme kind met een havoadvies dat dan niet? En waarom is het slecht om je best te doen?

Bijkomend argument is vaak: de ouders kunnen het kind niet helpen met huiswerk. Dat kan zo zijn, maar als je daarmee rekening houdt ‘straf’ je het kind dubbel. Ook hoor je vaak: het vmbo is toch een prachtige opleiding? We hebben toch monteurs, kappers en loodgieters nodig? Dat is waar, zolang mensen zelf kiezen voor die mooie beroepen. Maar ons onderwijssysteem is een glijbaan. Je móet naar het vmbo als je niet slim genoeg wordt geacht voor havo-vwo. Ouders zijn niet gek. Hoogopgeleiden in Nederland zijn, treurig genoeg, meetbaar rijker, gezonder en gelukkiger dan laagopgeleiden en leven gemiddeld zeven jaar langer.

En als de leerkracht nu gelijk heeft? Ook dat is moeilijk vast te stellen., Er bestaat zoiets als selffulfilling prophecy. Kinderen gaan zich gedragen naar hun advies, ze verinnerlijken de oordelen. Volgens onderzoekers worden precies even intelligente kinderen na enkele jaren vanzelf een ‘typische’ vmbo’er of havist, terwijl het IQ van de havist verder stijgt. Wie had er dan gelijk?

Kansen van leerlingen zouden vóór het gelijk van de leraar moeten gaan. Ons onderwijs zou geen glijbaan moeten zijn en geen sorteermachine, maar een ontdekkingstocht. Waarom zouden we de prestaties van leerlingen moeten voorspellen? Waarom zouden we hen niet bemoedigen in plaats van ontmoedigen? Laat kinderen zelf aantonen wat ze kunnen en willen, laat ze zonder druk hun talenten ontwikkelen.

Dat kan alleen maar zonder valbijl na groep 8. Zover is het nog niet, dat is aan de politiek, niet aan de scholen. Maar het zou al heel veel helpen als leerkrachten zich bewust worden van hun cruciale rol.

Door: Aleid Truijens