Hoe brengen we de kennisbasis Nederlands op de pabo tot leven?

19-02-2018

Bij het begrip kennisbasis denken de meeste pabostudenten aan de landelijke kennisbasistoets. Het doel van de kennisbasis is echter het opleiden van taalbewuste leraren die beschikken over kennis van taal en taaldidactiek om goed en verantwoord taalonderwijs te kunnen ontwerpen.

Leraren die kunnen inspelen op de verschillen tussen leerlingen, domeinen integreren, betekenisvolle contexten creëren en het taalplezier aanwakkeren in plaats van afleren. In de herijkte kennisbasis zijn daarom de kenniselementen niet gedefinieerd als definitie, maar als leerdoel voor de student.

Zo krijgt de student inzicht in de vaardigheden die nodig zijn om leerlingen taalcompetent te maken en eigentijds taalonderwijs te ontwerpen. Alleen inzicht geven is echter niet genoeg, de student moet veel gelegenheid krijgen om de vaardigheden te ontwikkelen. Dit vraagt om taalbewuste lerarenopleiders die de kennisbasis tot leven brengen door zelf te differentiëren, te ‘modelen’ en betekenisvol onderwijs te ontwerpen. Daarnaast is er veel ruimte nodig om te experimenteren in de praktijk.

Aansluiten op eigentijds taalonderwijs

Om tot een verantwoorde en duurzame herijking van de kennisbasis Nederlandse taal is een kerngroep samengesteld door 10voordeleraar. Deze kerngroep bestaat uit lerarenopleiders Nederlands van diverse hogescholen. De taak van de kerngroep was om een voorstel voor herziening van de kennisbasis te formuleren. De richtlijn was dat niet meer dan 10% van de inhoud van de kennisbasis herzien mocht worden. De kerngroep had als doel om een actuele en duurzame kennisbasis te ontwikkelen die aansluit bij het (taal)onderwijs van de 21e eeuw en die aansluit bij de verwachtingen van zowel lerarenopleiders als leraren in het basisonderwijs. Hiertoe heeft de kerngroep lerarenopleiders Nederlands, alumni en taalcoördinatoren gevraagd om kritisch naar de kennisbasis te kijken. Naast deze inventarisatie zijn diverse actuele en relevante bronnen bestudeerd.

De kerngroep heeft gestreefd naar een duurzame herijking met aandacht voor kennis en vaardigheden van de taalleraar van de toekomst. Deze taalleraar richt zich op het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en attitudes die domein- en vakoverstijgend zijn (Taalunie, 2017). Paradoxaal genoeg is er bij de herijking uitgegaan van de klassieke indeling van negen domeinen. Er is hiervoor gekozen omdat elk domein een specifieke vakdidactiek kent. Toch wordt in de inleiding van de herijkte kennisbasis een pleidooi gehouden voor de integratie van domeinen. In de praktijk zijn de domeinen immers niet van elkaar te scheiden, de verschillende taalvaardigheden spelen tegelijkertijd en werken op elkaar in. De integratie van domeinen zorgt voor betekenisvolle taaltaken en transfer tussen vakonderdelen. Bovendien blijkt dat de integratie van domeinen de motivatie van de leerling en leraar verhoogt en de lessen effectiever maakt (Van den Berg, 2016).

Optimaal ontwikkelen taalcompetenties

De taalleraar van de toekomst moet daarnaast kunnen inspelen op de diversiteit en meertaligheid in de 21e-eeuwse samenleving. Een taalhomogene klas bestaat immers niet. Ook het ontwikkelen van mediawijsheid, het kunnen verwerken van complexe informatie en het kunnen communiceren in diverse contexten verdient de aandacht in het huidige taalonderwijs. In de visienota ‘Iedereen taalcompetent’ (Taalunie, 2017) pleit de taalunie voor het opleiden van taalbewuste leraren die de taalcompetentie van leerlingen bevorderen: het geheel aan talige kennis, vaardigheden en attitudes dat nodig is om geschreven, gesproken en multimodale teksten te begrijpen, te evalueren en te gebruiken (Taalunie, 2017). Dit vraagt om een vorm van taalonderwijs waarin kinderen in authentieke situaties doelgericht leren omgaan met taal (Taalunie, 2017). De leraar maakt leerlingen bewust van het doel en het publiek van hun boodschap en begeleidt kinderen bij het treffen van de juiste vorm en toon. Het bevorderen van leesplezier en leesmotivatie maken daar onlosmakelijk deel van uit (Platform onderwijs 2032, 2016). Om de taalcompetentie optimaal te ontwikkelen, creëert de leraar mogelijkheden om bij andere vakken te werken aan de taalvaardigheden. (Taalunie, 2017).

Bij het herijken van de kennisbasis is getracht aan te sluiten bij de behoeften van de taalbewuste leraar van de toekomst. De vraag is echter in hoeverre de herijkte kennisbasis hierin is geslaagd. Er is zeker meer aandacht voor digitale geletterdheid, meertaligheid, functionele taaltaken en samenhang tussen domeinen en vakken. Daarnaast zijn de kenniselementen niet langer geformuleerd als definitie, maar als een leerdoel voor de startbekwame leerkracht. De kennisbasis geeft de startbekwame leerkracht zo inzicht in de kennis en vaardigheden die nodig zijn om verantwoord en eigentijds taalonderwijs te verzorgen en leerlingen taalcompetent te maken. De rol van de herijkte kennisbasis in het opleiden van taalbewuste leraren is echter beperkt. De kennisbasis moet gaan leven en de student moet de vertaling maken naar de praktijk. Het blijkt echter lastig te zijn om abstracte leerdoelen te vertalen naar de specifieke context in de stageklas (Vervoort & Van den Berg, 2014). Dit vraagt om praktijkbegeleiders die samen met de student bekijken op welke manier de student de vaardigheden kan oefenen in de stageklas.

“Niet de kennisbasis, maar behoeften staan centraal”

Ook een goed voorbeeld van lerarenopleiders is cruciaal. Taalbewuste lerarenopleiders die niet praten over authentieke situaties, maar betekenisvolle contexten creëren voor studenten. Die niet praten over differentiëren, maar differentiatiemogelijkheden bieden aan studenten. Die niet praten over ‘scaffolding’, maar hulpsteigers bieden aan studenten die talige ondersteuning nodig hebben. Geef kinderen een prikkelend probleem en ze zoeken een oplossing, sterker nog ze gaan onderzoek doen, lezen boeken en schrijven een brief aan de Koning als dat nodig is. En hier raken we de kern, want dit geldt ook voor de pabostudent. Geef een aankomende leraar een praktijkvraagstuk en je krijgt de motivatie er gratis bij. Niet de kennisbasis, maar de behoeften van het taallerende kind staan centraal tijdens de lessen. Leerlingmateriaal en uitdagende videocasussen zijn een goed middel om de nieuwsgierigheid te prikkelen. In de lessen kijken we vol verwondering naar uitspraken van kinderen en kinderteksten. We praten over dat meisje in de weekendkring dat elke maandagochtend verlegen naar haar schoenen staart of over die jongen die bij een les spelling meteen roept dat hij het niet snapt. De begrippen van de kennisbasis komen vanzelfsprekend en betekenisvol aan de orde. Zo leren de studenten de kennisbasis actief beheersen en is het maken van de kennisbasistoets een formaliteit.

Door: Drs. Suzanne Nuyens-Huisman 

Berg, F. van den (2016). Taaldomeinen in samenhang. SLO Context po, juni 2016 nummer 13.

Platform Onderwijs 2032 (2016). Ons Onderwijs 2032 Eindadvies. Den Haag: Bureau Platform Onderwijs.

Taalunie. (2017). Iedereen taalcompetent! Visie op de rol, de positie en de inhoud van het onderwijs Nederlands in de 21ste eeuw. Leuven: Taalunie. Geraadpleegd van: www.taalunieversum.org

Vervoort, M. & Berg, E. van den (2014). De bijdrage van praktijkkennis van mentoren aan het leren van studenten. Pedagogische Studiën 91, 411-421.

Lees ookColumn Aleid Truijens – Maak taal écht hun ding…