Activerende werkvormen bij Grandes Lignes

25-01-2018

Op zoek naar een werkvorm om de getallen klassikaal te oefenen? Speel dan eens het spel Le chiffre défendu.

Spelenderwijs de getallen oefenen: Jeu Le chiffre défendu

Op zoek naar een werkvorm om de getallen klassikaal te oefenen? Speel dan eens het spel Le chiffre défendu.

  • Alle leerlingen gaan op de stoel staan.
  • Ze gaan in het Frans van 0-60 tellen. Elke leerling noemt om de beurt een cijfer, maar het getal 4 mag je niet noemen. In plaats daarvan noem je een ander woord in het Frans. Dat mag welk woord zijn, zolang het maar niet quatre is.
  • Als een leerling toch 4 noemt, gaat hij zitten en is hij af.


De maanden van het jaar: maak een levende verjaardagskalender

Bij deze opdracht begint u met het herhalen van de maanden van het jaar. Laat de leerlingen de maanden bijvoorbeeld in de juiste volgorde opzeggen of –schrijven.

Vervolgens maakt de klas een levende verjaardagskalender:

  • Iedere leerling schrijft zijn geboortedatum in het Frans op een apart blaadje. Bijvoorbeeld: le 2 avril.
  • Maak daarna een levende kalender in het lokaal. Iedereen houdt het vel met de geboortedatum voor zijn buik. Ga nu in de juiste volgorde staan: wie het eerst jarig is in het jaar tot wie het laatst jarig is.


Speel “Wie ben ik?” met stripfiguren

Speel met de hele klas het spel “Wie ben ik?” met stripfiguren.

  • Twee klasgenoten gaan naar de gang.
  • Zij kiezen een stripfiguur uit (natuurlijk liefst een uit Frankrijk of België) en komen na een minuut weer binnen.
  • Om de beurt stellen andere klasgenoten nu gesloten (ja/nee-)vragen aan de twee. Geef antwoord.
  • De leerling die zo snel mogelijk raadt welk stripfiguur hij of zij is, wint!


Varieer eens met de phrases-clés: jeu Marche!

De activerende werkvormen met de phrases-clés uit Grandes Lignes en ligne kent u vast al wel.
Hierbij een nieuw lesidee met de phrases-clés:

  • De ene helft van de klas blijft zitten, de andere helft loopt rond.
  • Op het teken van de docent gaan de leerlingen naast iemand zitten.
  • De leerling die gaat zitten, stelt twee vragen uit de phrases-clés. De klasgenoot geeft antwoord.
  • Klaar? Loop rond tot het volgende teken van je docent.