Skip to Content
Deze website van Noordhoff Uitgevers maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies >
Akkoord   Weigeren

Docent aan het woord...Marion van Ingen van het Van Haestrecht College in Kaatsheuvel.

 

 

Graag willen we de ervaringen van docenten die werken met Plein M met u delen. In deze aflevering is het de beurt aan docente Marion van Ingen van het Van Haestrecht College in Kaatsheuvel.

In 2008 is het Van Haestrecht College begonnen met de ontwikkeling van het vak Mens en Maatschappij. Marion van Ingen (42) zat in de uitwerkingscommissie en was vanaf het begin nauw bij de invoering betrokken. “De vakken aardrijkskunde, geschiedenis en economie stonden allemaal los naast elkaar, er was geen enkele samenhang of verbinding. Door een vak als Mens en Maatschappij in te voeren hoopten we dat kinderen meer verbanden zouden leggen tussen de verschillende vakken. Op een primitieve manier zijn we begonnen: ‘Wat je nu bij geschiedenis leert, komt straks weer terug bij aardrijkskunde’. Maar vanaf 2009 zijn we overgestapt naar de geïntegreerde methode Plein M en geven we het vak Mens en Maatschappij in de eerste en tweede klas. In de bovenbouw zijn de vakken weer gesplitst. We dachten toen: ‘Dit zou wel eens de toekomst kunnen worden’, niet wetende dat nu schoolbreed Mens en Maatschappij wordt gegeven.” Glimlachend: “Dus eigenlijk waren we voor die tijd best vooruitstrevend.”

Vak loslaten

Vanaf het begin van Mens en Maatschappij werkt Van Ingen met de geïntegreerde methode Plein M. “Ik heb heel bewust mijn vak los gelaten. Ik geef niet Mens en Maatschappij en daarnaast ben ik ook nog geograaf. Nee, ik ben docent Mens en Maatschappij. Daar hebben we bij ons op school ook heel bewust voor gekozen: het is een vak op zich. Je moet verder kijken dan je oorspronkelijke vakgebied en dat vakoverstijgende vind ik geweldig.”

Eigen verantwoordelijkheid nemen

Van Ingen geeft al ruim twintig jaar les maar zo voelt het voor haar niet: “In loop der jaren zijn er iedere keer weer nieuwe aspecten aan het onderwijs die je belangrijk vindt en waar je enthousiast mee aan de slag gaat. Nu vind ik het waardevol dat kinderen zich bewust raken van wat het onderwijs voor hén betekent. Ze moeten het niet voor mij doen of voor hun ouders maar die eigen verantwoordelijkheid nemen en leren reflecteren op zichzelf: heb ik het geleerd of heb ik het begrepen? Dat is een wereld van verschil! Maar tien jaar terug vond ik het belangrijk dat leerlingen verbanden tussen verschillende vakken leerden.” Grijnzend: ‘Daar ben ik met het invoeren van Mens en Maatschappij en Plein M op onze school wel in geslaagd.’

Vakoverstijgende projecten

Afwijken van het boek doet Van Ingen niet: “Ik vervang nooit een hoofdstuk door iets anders. Plein M is voor mij echt de leidraad omdat ik dan ook zeker weet dat ik alle kerndoelen netjes afsluit en behandeld heb.” Ruimte voor eigen creatieve ingevingen is er echter genoeg. Samen met collega’s bedenkt ze voor Mens en Maatschappij vakoverstijgende projecten zoals een project over de uitbarsting van de Vesuvius. Leerlingen leren via het boek over vulkanisme maar moeten daarnaast een presentatie maken over de toeristische reis er naar toe. “Wat heb je nodig? Wat kost het? Hoe kom je er? Maak maar een begroting en organiseer de reis! Zo worden economie en aardrijkskunde eenvoudig met elkaar geïntegreerd.” Ook voor volgend jaar is Van Ingen al druk bezig met nieuwe ideeën: “In de eerste klas komt het thema prehistorie in het boek aan bod. Na de behandeling van het hoofdstuk plakken we aan de onderkant van de tafels papier. We mengen verschillende kleurstoffen en verduisteren we het lokaal. Vervolgens moeten de kinderen onder de tafel gaan zitten en een grotschildering maken. Zoek maar uit wat je daarvoor nodig hebt, want potloden hadden ze in die tijd nog niet! Op die manier verwerk je aardrijkskunde, kunst en cultuur en Mens en Maatschappij in één project.”

Digitale omgeving en toetsen

Naast de boeken en haar eigen projecten maakt Van Ingen volop gebruik van de digitale omgeving van Plein M. “Ik gebruik echt alles van de digitale omgeving. Alle boeken staan online, dus als een leerling zijn boek is vergeten is dat geen probleem meer. Daarnaast beschikt de nieuwe editie nu over docentenuitwerkingen bij het leerwerkboek waar vragen heel gedetailleerd staan beschreven. Bij iedere vraag wordt het niveau vermeld, de achtergrond, extra informatie, linkjes, tips. Ook wordt voor de leerling heel duidelijk aangegeven in de oefentoetsen en diagnostische toetsen dat een paragraaf nog niet goed gaat zodat ze gericht kunnen oefenen op bepaalde onderdelen. Het is heel erg op maat en je kunt persoonlijk sturen.”