Skip to Content
Deze website van Noordhoff Uitgevers maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies >
Akkoord   Weigeren

Docent aan het woord...Mattijs Bronk van de Thorbecke Scholengemeenschap in Zwolle

 

 

Graag willen we de ervaringen van docenten die werken met Plein M met u delen. In deze aflevering is het de beurt aan docent Docent aan het woord...Mattijs Bronk van de Thorbecke Scholengemeenschap in Zwolle.

Geschiedenis zit bij Mattijs Bronk (36) in het bloed. Opa Bronk was restaurateur en werkte bij een museum waardoor Mattijs de liefde voor het vak met de paplepel ingegoten kreeg. Toch heeft hij niet altijd voor de klas gestaan: “Ik ben eerst jaren hovenier geweest, heel iets anders. Maar uiteindelijk begon het toch te kriebelen om iets met geschiedenis te gaan doen. Ik ben met een toelatingstest de lerarenopleiding binnen gekomen en in het eerste jaar voor de klas sloeg de vonk meteen over!”

Beste school

De Thorbecke scholengemeenschap staat bekend om haar verschillende soorten klassen. Naast reguliere klassen zijn er speciale klassen voor leerlingen met leerproblematiek zoals dyslexie of moeilijk lerende kinderen. Deze aanpak legt de school geen windeieren: de Thorbecke scholengemeenschap is in de afgelopen jaren al een aantal keren verkozen tot beste school door verschillende media. De school maakt drie jaar gebruik van de methode Plein M. Bronk:  “Plein M is een overzichtelijke methode met veel informatie en een duidelijk boek. Het is makkelijk om mee te werken, zowel voor de docent als voor de leerling.” Een aantal goede ideeën voor de toekomst heeft Bronk ook: “Social Media is niet meer weg te denken anno 2016. We zijn als docenten heel interactief. Daar zouden we meer gebruik van kunnen maken. Plein M denkt daar al in mee met de mogelijkheid voor docenten om eigen materiaal aan de digitale leeromgeving toe te voegen. Misschien kan dit door Plein M gerangschikt worden en bij de tool ‘extra middelen’ worden neergezet.”

Basis/kader

Elk niveau vraagt volgens Bronk een andere manier van lesgeven en daarmee ook een ander soort docent. Op de Thorbecke werkt hij voornamelijk met basis/kader leerlingen. Hij merkt dat de relatie tussen klas en docent voor deze leerlingen heel belangrijk is: “Ik ben heel erg mezelf en dat willen deze leerlingen ook heel graag zien. De band tussen jou en de leerling is erg belangrijk. Vanuit die relatie kun je met je klas aan het werk; dat gaat hand-in-hand met de leerstof.” Bronk vindt dat er in het onderwijs te weinig wordt stilgestaan bij het type leerling: “Je kunt niet van alle typen leerlingen verantwoordelijkheid voor zichzelf verwachten. Niet elk puberbrein denkt na over de toekomst of is daartoe te stimuleren. Er zijn juist veel leerlingen die dat inzicht nog niet hebben ontwikkeld. Die zijn voornamelijk bezig met zo snel mogelijk weer naar huis, spelen, leuke dingen doen.” Daarom gaat Bronk in zijn lessen vooral uit van de perceptie van het kind. Hij probeert in te spelen op wat leerlingen zelf aandragen in de les: “Basis/kader leerlingen leren vooral vanuit intrinsieke motivatie en persoonlijke interesse. De individuele aandacht voor de leerling is daarom erg belangrijk. Als je daarbij kunt aansluiten met de stof, sla je drie vliegen in één klap!” Als voorbeeld noemt hij de mooie illustraties in Plein M: “Basis/kader leerlingen zijn heel erg geïnteresseerd in details. Alleen al bij een plaatje van een maliënkolder komen de meest levendige fantasieën naar boven en willen ze er alles van weten. Samen gaan we dan op zoek naar meer informatie. De verbinding die je als docent kunt maken tussen de interesse van de leerling en de leerstof, is het mooiste wat er is!”

Meer handen ín de klas

Toch is individuele aandacht niet in alle klassen altijd mogelijk. Bronk: “Passend onderwijs is een leuk concept, maar dan moet de basis goed zijn. Er bestaan scholen met meer dan 30 leerlingen in de klas van wie twee leerlingen ADHD hebben en drie een stoornis in het autismespectrum. Het wordt dan lastig om die leerlingen de aandacht te geven die ze nodig hebben. Bij zo’n klas zijn veel professionals van buitenaf betrokken zoals orthopedagogen en zorgcoördinatoren. Maar ik heb liever hulp ín de klas. Zoals een dyslexiespecialist of een werkvoorbereider. Bij de speciale zorgklassen zijn die er wel, maar als je in het reguliere onderwijs passend onderwijs toepast, dan moet je deze mensen ook in de normale klassen hebben. En niet alleen ten aanzien van zorg maar ook met betrekking tot differentiëren. Passend onderwijs begint bij kleinere klassen en niet andersom.”