Interview met Didy Pijpker, auteur Nieuw Nederlands en NU Nederlands: Leraar van het jaar 2017 VO:

18-10-2017

‘Ik kan leerlingen pas iets leren als ik een band met hen heb’

Sinds minister Bussemaker de trofee van Leraar van het jaar aan Didy Pijpker heeft uitgereikt, staat haar huis vól bloemen. ‘Ik woon in een dorp en iedereen is trots. Iemand uit het dorp heeft iets gewonnen en staat in de krant – dat gevoel. Ik hoop als ambassadeur van het voortgezet onderwijs samen met anderen het negatieve imago van het vmbo om te buigen,’ vertelt Didy Pijpker, docent Nederlands aan het Eemsdeltacollege in een interview.

De rode loper lag uit, er was een erehaag op school, en je deelde gebakjes uit. Wat een feest!
Ben je trots?

‘Ja. Ik ben trots en vereerd. Ik werk al mijn hele loopbaan in het vmbo in Groningen en zie dit als een kroon op mijn werk.’

Wat was de leukste reactie die je hebt gekregen?

‘Dat is moeilijk kiezen, want ik heb zoveel reacties gekregen! Na de uitreiking kreeg ik een brief van een meisje voor wie ik in de puberteit een luisterend oor was. Ze schreef: “In mijn ogen bent u een persoon die altijd iedereen wil helpen.” En vandaag kreeg ik van een oud-leerling een prachtige sjaal die haar moeder speciaal voor mij gehaakt had. Ik heb doosjes chocola gekregen en door de school hingen slingers van kaartjes waarop leerlingen hartverwarmende dingen hebben geschreven. Wacht, ik lees er een voor: “Lieve mevrouw, u bent de beste Nederlands docent die ik ooit gehad heb. Ik hoop dat ik nog heel veel van u kan leren, u staat altijd heel positief voor de klas. Ik hou van u.” – Ik schiet weer vol nu ik het voorlees.’

Is dat de reden dat je deze prijs kreeg?

‘In het juryrapport werden verschillende dingen genoemd. Mijn enthousiasme, en inderdaad, dat ik tussen leerlingen sta in plaats van ervoor.

Ik wil een warm pleidooi houden voor vmbo-leerlingen als doelgroep. Ook deze leerlingen kunnen iets met poëzie. In mijn lessen probeer ik betekenisvol leren een plek te geven door een verbinding te leggen tussen vakken. We hebben bijvoorbeeld een project gedaan in samenwerking met het waterschap Hunze en Aa’s waar leerlingen de opdracht kregen om een nieuwe dijk te ontwerpen. Daarbij kwamen alle vakken aan bod: wiskunde, scheikunde en biologie. Maar ook Nederlands, want als afsluiting moesten ze hun werkstuk presenteren. Ze leren zoveel tijdens zo’n project…’

Hoe zien leerlingen jou?

‘Ze zien mij als een docent die geïnteresseerd is in hun leven en wie ze zijn. Ik kan leerlingen pas iets leren als ik ook een band met hen heb. Ik wil hen laten voelen dat ik hen zie. Alle fijne reacties die ik nu krijg, bevestigen voor mij dat een persoonlijke band belangrijk is, zeker op het vmbo. Je kunt niet alleen lesboer zijn. Als een leerling mij voor de pauze vraagt: “Heeft u even tijd?”, dan neem ik mijn boterham mee en zoeken we een plek waar we even rustig kunnen zitten. Daarna pols ik af en toe hoe het gaat. En aan kinderen die het moeilijk hebben, geef ik mijn telefoonnummer en mailadres. Ze mogen mij dan mailen of appen. Laatst hoorde ik iemand zeggen: ik snap niet dat er docenten zijn die dat doen. Maar als je het verschil kunt maken, vind ik dat je dat juist wél moet doen. Als een kind in de problemen zit, moet je het helpen en samen naar een oplossing zoeken.

Verder help ik natuurlijk leerlingen die zwak zijn in Nederlands. Ik blijf herhalen, zoek andere manieren om hetzelfde uit te leggen – een spelletje, een wedstrijdje – net zolang tot een leerling zegt: Oooooooh…. Zit dat zo! Als het me lukt een leerling iets uit te leggen wat hij nog niet snapte, ben ik blij.’

Wat maakt het docentschap voor jou zo leuk?

‘Mijn hart ligt bij de leerlingen. Ik vind kinderen geweldig. Toen ik als docent begon, hoorde ik docenten die toen – zoals ik nu – eind 50 waren, zeggen: “Nog een paar jaar, dan kan ik met pensioen.” Dat gevoel heb ik nog lang niet. Ik vind het fantastisch om een stuk van hun leven met jongeren op te lopen. Als ze op school komen zijn het kinderen en wanneer ze de school verlaten zijn het jongvolwassenen.’

Naast je werk als docent ben je auteur voor Nieuw Nederlands (vo) en NU Nederlands (mbo). Hoe is het om mee te werken aan een lesmethode?

‘Het is een verrijking om op een andere manier met je vak bezig te zijn. Ik vind het een sport om opdrachten te maken die leerlingen leuk vinden en begrijpen. Ik werk samen in een auteursteam en we geven elkaar continu feedback. Schrijven voor een lesmethode is echt een vak. Doordat ik voor beide methodes schrijf, kan ik goed zien wat de doorgaande leerlijn is. Ik weet bijvoorbeeld wat mbo-leerlingen in het voortgezet onderwijs gehad hebben. Dat is echt een voordeel.’

Weet je al hoe je het ambassadeurschap gaat invullen?

‘Nee, nog niet precies. Daarover gaan alle genomineerden binnenkort met de Onderwijscoöperatie overleggen. Ik begin met genieten van mijn huis vol bloemen. En dit weekend ga ik een dag fietsen. Daarna zie ik wel weer verder. Maar het wordt vast een bijzonder jaar waarin ik veel interessante mensen ontmoet!’

Interview: Maartje Nix